13 juni 2018

Historische gebeurtenissen rond Synode van Dordrecht

Geschreven door corexalto

 

Synode van Dordrecht
De Dordtse Synode was een landelijke synode van gereformeerde kerken in 1618 en 1619, die werd bijeengeroepen door de Staten-Generaal van de Verenigde Nederlanden. Doel van de synode was om uitspraak te doen over de opvattingen van de remonstranten, vastgelegd in hun ‘Vijf artikelen’.

Grote belangstelling uit binnen- en buitenland
De eerste zitting van de Synode van Dordrecht werd gehouden op 13 november 1618 met als voorzitter dominee Johannes Bogerman uit Leeuwarden. Van meet af aan was duidelijk dat de synode tot doel had af te rekenen met het gedachtegoed van de remonstranten om zodoende de eenheid in de Kerk te herstellen. De vergadering werd bijgewoond door 37 predikanten en 19 ouderlingen. Daarnaast woonden ook 5 hoogleraren en 18 commissarissen de vergadering bij en werden er uitnodigingen verstuurd naar calvinistische kerken in het buitenland. Vijfentwintig godsgeleerden uit Engeland, Duitsland en Zwitserland gaven hieraan gehoor.

Remonstranten in de beklaagdenbank
Aanvankelijk waren er ook vertegenwoordigers van de remonstranten in Dordrecht aanwezig, maar al snel bleek dat zij niet als gelijkwaardige partij, maar als beklaagden waren opgeroepen. Bijna de gehele kerkvergadering bestond uit contra-remonstranten waardoor de bijeenkomst voor de remonstranten steeds meer weg kreeg van een ondervraging voor een rechtbank.

Op 14 januari 1619 werden de remonstranten uitgesloten van de beraadslagingen van de Synode. Zij werden unaniem veroordeeld door de contra-remonstranten. Hun leer was, volgens de overige deelnemers aan de Synode, niet in overeenstemming met de bijbel.

Dordtse Leerregels drijven een permanente wig
De standpunten tegen de remonstranten werden vastgelegd in vijf punten, ook wel de Dordtse Leerregels genoemd. Ze zijn een weerlegging van de ‘Vijf artikelen’ van de remonstranten en worden daarom ook wel de ‘Vijf artikelen tegen de remonstranten’ genoemd. In de Dordtse Leerregels is de veroordeling van de remonstranten schriftelijk vastgelegd. Ze zijn bovendien als één van de Drie Formulieren van Enigheid onderdeel van de belijdenis van de gereformeerde kerk in Nederland.

Inhoud van de Dordtse Leerregels
De gereformeerden verwierpen met de Dordtse Leerregels de vrije wil van de mens en stelden dat God ‘vóór de grondlegging der wereld’ in een ‘eeuwig besluit’ heeft bepaald wie de gift van het geloof krijgt. Zij leerden hiermee de dubbele predestinatie. De punten zijn geen weergave van de theologie van Johannes Calvijn of van de gereformeerde kerken. Calvijn heeft bijvoorbeeld in zijn werken nooit de gedachte van de beperkte verzoening besproken, hij heeft slechts enkele hints over zijn denkwijze opgetekend.

  1. Totale verdorvenheid van de mens
    De mens is in zijn natuurlijke, verdorven toestand niet in staat om zich tot God te wenden. Het is enkel door de goedheid en de wil van God dat de Heilige Geest het voor de mens mogelijk maakt herboren te worden door het Woord van God.
  2. Onvoorwaardelijke verkiezing door Gods genade
    Gods keuze van hen die Hij tot Zich laat komen, is niet gebaseerd op de menselijke verdienste of geloof in de personen die Hij kiest, maar puur op Gods genade.
  3. Beperkte verzoening
    Christus’ kruisdood neemt alleen de straf weg van de zonden begaan door diegenen die God uitverkoren heeft met zijn genade.
  4. Onweerstaanbare genade
    De mens is niet bij machte de genade te ontlopen wanneer God besloten heeft hem/haar genade te tonen.
  5. Volharding van de gelovigen
    De wedergeboorte kan niet ongedaan worden gemaakt.

Bijltjesdag en ballingschap
Ongeveer tweehonderd remonstrantse predikanten werden na de uitspraak van de Synode uit hun ambt gezet. De predikanten liepen het risico vervolgd te worden, tenzij ze de zogenaamde ‘Acte van Stilstand’ (preekverbod) ondertekenden. Zeker tachtig predikanten weigerden, gingen in ballingschap en vormden in Antwerpen de Remonstrantse Broederschap.

Hertog Frederik III van Sleeswijk-Holstein-Gottorp nodigde de remonstrantse vluchtelingen uit zich aan de Eider te vestigen, waar zij in 1621 Frederikstad stichtten. In 1625 bouwden ze hun eerste kerk.

Einde van de vervolgingen
De gevluchte remonstranten keerden na het overlijden van Maurits van Oranje in 1625 geleidelijk terug naar de Republiek. Daar was de remonstrantse kerk officieel verboden, maar ze werd in de praktijk gedoogd. De remonstranten stichtten vele schuilkerken. De eerste was De Rode Hoed, een voormalig pakhuis aan de Keizersgracht in Amsterdam, de grootste schuilkerk in Nederland. Pas na de stichting van de Bataafse Republiek in 1795 werd het kerkgenootschap officieel erkend.

Gerelateerd