18 juni 2019

Skiën in de mist: afscheidsbrief van Joost Röselaers

Geschreven door maxnl
Remonstranten Foto: Kurt:S Skiën in de mist: afscheidsbrief van Joost Röselaers

Skiën in de mist. Afgelopen februari kwam een boek uit van coach Jan Quist met deze titel. De ondertitel ervan luidt: ‘pleidooi om jezelf opnieuw uit te vinden’. Ik heb veel aan dit boek gehad de afgelopen tijd. Ik heb ook veel gemijmerd aan de hand van de titel van het boek, Skiën in de mist. Want ik herkende er een beschrijving in van de fase, waar ik mij in bevonden heb.

Een jaar geleden stond ik nog in uw midden als algemeen secretaris. Er is sindsdien het nodige veranderd. Er zaten zeker mistige momenten tussen, voor mij: het gevoel, dat je het perspectief kwijt bent. Maar God zij dank vervolgde ik met enthousiasme mijn tocht: thuis, in Vrijburg Amsterdam, en als predikant in algemene dienst. Er waren genoeg palen langs mijn weg, die mij de weg naar voren wezen. Palen in de vorm van mensen, die mij weer in mijn kracht zetten, en die mij op het juiste pad hielden.

Zoekend en tastend in de mist

Ik denk aan onze onvolprezen voorzitter, Teddy, aan de leden van de CoZa, aan de medewerkers op het landelijk bureau, aan de leden van de commissie 400 jaar remonstranten, en aan een heel aantal liefdevolle collega’s, betrokken leden en vrienden. Er is door ons samenwerken werkelijk veel bereikt de afgelopen tijd, en ik ben jullie daar intens dankbaar voor. Skiën in de mist.

Terwijl ik met deze rede bezig was, bedacht ik: is dat niet een juiste beschrijving van de huidige staat van de remonstranten? Laten we toegeven dat we zoekende zijn. Niet zozeer naar de grond onder ons bestaan, maar wel naar de manieren, waarop we die grond communiceren en vorm geven. We skiën gerust door, en we storten zeker niet de afgrond in. Maar dat doen we in de mist. Zoekend, en tastend.

Zorg voor een goede kijk op jezelf

Eigenlijk bevinden de remonstranten zich in een midlifecrisis (en dat is dan bemoedigd bedoeld – we hebben dan nog zeker 400 jaar te gaan!) Heel onverstandig is dat niet, om een pas op de plaats te maken: het aantal leden blijft immers dalen, en er zijn koerswijzigingen, die de nodige aandacht vragen. Volgens mij vormt dit de kern van de doelstellingen van het C3-overleg. En ik hoop van harte dat we dit proces vertrouwen. En alle kansen geven. In plaats van zo hard mogelijk naar beneden te willen skiën, en om door een campagne zoveel mogelijk leden binnen te willen harken, creëren wij nu diepgang en verbreding.

En dat lijkt mij buitengewoon zinvol- zeker voor de lange termijn. Jan Quist noemt twee cruciale aandachtspunten in dit stadium, en volgens mij zijn dit ook voor ons van wezenlijk belang:

  1. zorg ervoor, dat je over belangrijke thema’s een visie hebt;
  2. zorg voor een goede kijk op jezelf.

Buitengewoon energiek gezelschap

Al skiend in de mist, op weg naar het volgende paaltje, komen we meer over onszelf te weten. Bijvoorbeeld, dat wij misschien wel niet dezelfde kant op willen als vroeger. Iedere paal brengt nieuwe inzichten. We komen er ook achter, dat er reden is om voorzichtig te zijn met veranderen; Er is een hoop in onze traditie dat het koesteren meer dan waard is, en dat ons (immers) tot hiertoe heeft gebracht.

Ik wil er nog een ander perspectief aan toevoegen. Voor onszelf lijkt het inderdaad mistig. Maar wat mij opviel aan de vele contacten die ik de afgelopen jaren had binnen de oecumene en buiten de kerken: voor de buitenstaander zijn wij een buitengewoon energiek gezelschap, dat met volle vaart en vol zelfvertrouwen op haar doel afgaat. Wij worden gezien, en opgemerkt. Onze activiteiten vallen op. En dat met 5000 leden! Kortom: geen sprake van mist, of midlifecrisis!

Ambitieuze plannen

Dat beeld van een actieve geloofsgemeenschap is niet geheel onterecht. In 2017 stelde ik een ‘voorgenomen beleidsplan 2017-2020’ op, dat door u in datzelfde jaar werd aangenomen. Er sprak ambitie uit. Vrijwel alle punten eruit zijn uitgevoerd:

  • de instelling van vernieuwingsplekken: vier buitengewone collega’s die zich met volle inzet en creativiteit inzetten voor nieuwe vormen van zingeving;
  • de maatschappelijke presentie door een groot aantal bijdragen in landelijke media;
  • door de ‘bezinningsbrief over voltooid leven’, die op vele plekken binnen en buiten de kerk is gebruikt;
  • de liturgische vernieuwing, die aangereikt wordt met de bundel ‘Ons leven vieren’ – die dit jaar verscheen. De eerste druk was binnen een week uitverkocht;
  • de uitrol van De Leven, op drie plekken. En de deelname aan het Graceland Festival;
  • alle activiteiten van de commissie 400 jaar remonstranten, teveel om op te noemen, al noem ik graag de drie activiteiten in september: een festival in de Rode Hoed, een tentoonstelling en een symposium in het Rijksmuseum.

Een hele onderneming

We skiën in de mist: maar met een opvallende jas, met veel gebaren, en vooral met een goed verhaal voor de mede-zoekers op onze weg. Ik wens ons in werkelijk het volste vertrouwen een behouden tocht toe. Ik ben buitengewoon blij met mijn opvolger, Annemarie Gerretsen. Onze nieuwe skileraar; In sommige situaties wens je je een Rotterdammer toe, die van aanpakken weet. Die vol ervaring zit. En die ook nog gelooft in de goede zaak. Die past in een lange remonstrantse traditie van: vroom, en erudiet.

Zij heeft alles in zich, om de remonstranten weer te laten vlammen! Annemarie, heel fijn dat je deze uitdaging aan wil gaan! Paul Quist eindigt zijn boek met de volgende woorden.

Skiën in de mist is een hele onderneming. Het vraagt veel van je. Maar zolang je de moed hebt om jezelf in het onbekende te begeven, om je grenzen te verleggen, ja zelfs om jezelf opnieuw uit te vinden, zul je uiteindelijk jouw doel bereiken.

God eren en dienen

Wat het doel is, dat wij willen bereiken? Het doel van de remonstranten is niet zelfbehoud. Sterker, die neiging tot zelfbehoud zit ons doel dikwijls in de weg. Ons doel is, en daar wil ik van harte mee afsluiten, om als individu, verbonden met andere individuen, geworteld te zijn in het evangelie van Jezus Christus; om trouw te zijn aan beginselen van vrijheid en verdraagzaamheid. En om boven alles: God te eren en te dienen.

In werkelijk het volste vertrouwen: op de komende 400 jaren!

Gerelateerd